Nog geen reacties

Liturgie en Lezingen bij het hoogfeest van de kerkwijding (7 februari)

Download hier de liturgie bij het hoogfeest van de kerkwijding (7 februari)

Eerste lezing: Job. 7, 1-4,6-7
Uit het boek Job.

Moet een mens niet zwoegen op aarde, dagen maken van een dagloner?  Hij snakt naar schaduw, ziet verlangend uit naar betaling.  Zo ken ook ik vruchteloze maanden en nachtenlang van getob.  ’s Avonds denk ik: ‘wanneer wordt het morgen?’ ’s morgens: ‘wanneer wordt het avond?’ en zolang het licht is ben ik ziek van onrust.  Mijn dagen verschieten sneller dan een weversspoel, ze lopen af, de draad is ten einde.  God, bedenk toch: niet meer dan een zucht is mijn leven, ik zal nooit geen geluk meer zien.

Tweede lezing: 1 Kor. 9, 16-19.21-23
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters,
Dat ik het evangelie predik, is voor mij geen reden om te roemen: ik kan niet anders. Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig!  Deed ik het uit eigen beweging, dan had ik recht op loon; maar zo is het niet, het is een taak die mij is toevertrouwd.  Wat is dan mijn verdienste? Dat ik het evangelie kosteloos verkondig en geen gebruik maak van het recht, aan de prediking verbonden.  Van allen onafhankelijk, heb ik mij de slaaf van allen gemaakt, om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen.  Met de zwakken ben ik zwak geworden, om de zwakken te winnen. Alles ben ik voor allen, om er tot elke prijs enkelen te redden. En ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen.

Evangelie: Mc. 1, 29-39
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.

Zodra Hij uit de synagoge kwam, ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis van Simon en Andreas.  De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed; zij spraken Hem aanstonds over haar.  Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan: zij werd vrij van koorts en bediende hen.  In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem.  Heel de stad stroomde voor de deur samen.  Velen die aan allerhande ziekten leden, genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken, omdat zij Hem kenden.
Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden.  Simon en zijn metgezellen kwamen Hem achterop  en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt U.’  Hij antwoordde hun: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe ben Ik immers uitgegaan.’  Hij trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit. 

Reacties zijn gesloten.